Geplaatst op: 19-12-2019

Pandrecht op assurantieportefeuille kan niet

Geschreven door:

Hein Kernkamp

Verpanding van de assurantieportefeuille

De Hoge Raad heeft de knoop doorgehakt. Een pandrecht op een assurantieportefeuille kan niet, want is in strijd met de wet.

Bij de financiering van een assurantietussenpersoon is het al jaren gebruikelijk dat de tussenpersoon zekerheid aan de bank verstrekt door het verstrekken van een pandrecht op de assurantieportefeuille. Dat is logisch, want voor een adviseur is zijn portefeuille verreweg het meest waardevolle actief van zijn onderneming. Er is echter al jaren een discussie gaande over de vraag of je een portefeuille wel kunt verpanden. En wat dat pandrecht dan zou inhouden.

De standpunten

Uit de lagere rechtspraak kan worden opgemaakt dat het niet zou kunnen, want een assurantieportefeuille is geen voor verpanding vatbaar goed. Volgens de banken, en in de door de Hoge Raad beoordeelde zaak ING Bank, bestaat in de praktijk behoefte aan de mogelijkheid van verpanding van een assurantieportefeuille omdat dit de financierbaarheid van de activiteiten van een assurantietussenpersoon ten goede komt. Het recht zou zich dus moeten aanpassen aan de staande praktijk, want anders worden er geen kredieten meer verstrekt, of is sprake van onvoldoende zekerheid voor de bank. De Hoge Raad heeft de discussie beslecht in zijn uitspraak van 6 december 2019. Hier wordt de uitspraak kort besproken.

Wat is een assurantieportefeuille?

Een assurantietussenpersoon heeft zakelijke relaties met diverse verzekeraars en klanten. Met de verzekeraars sluit de tussenpersoon samenwerkingsovereenkomsten op grond waarvan hij bevoegd is tot bemiddeling bij het afsluiten van verzekeringen en tot het beheer van afgesloten verzekeringen. Met (potentiële) verzekeringnemers sluit de tussenpersoon overeenkomsten van opdracht, waarin hij zich verbindt om te adviseren en te bemiddelen bij het afsluiten van verzekeringsovereenkomsten met verzekeraars en om afgesloten verzekeringen te beheren.

Het beheer bestaat onder meer uit het incasseren van verzekeringspenningen en het afwikkelen van schadekwesties van verzekeringnemers. De door de bemiddeling afgesloten verzekeringsovereenkomsten komen rechtstreeks tot stand tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer. Het contact tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer verloopt uitsluitend via de tussenpersoon. Voor de bemiddelings- en beheerswerkzaamheden ontvangt de tussenpersoon provisievergoedingen van de verzekeraar of vergoedingen van de verzekeringnemer.

De rechtbank Gelderland

In de veel besproken uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 april 2018, werd al geoordeeld dat een assurantieportefeuille niet vatbaar was voor verpanding. De rechtbank redeneerde als volgt. "Een pandrecht kan worden gevestigd op goederen die voor overdracht vatbaar zijn (artikel 3:228 BW). Goederen zijn zaken of vermogensrechten (artikel 3:1 BW).

Aangenomen dat een assurantieportefeuille in ieder geval bestaat uit een samenstel van overeenkomsten waaruit vorderingsrechten voortvloeien en waaraan goodwill is verbonden en gelet op de definitie in artikel 3:2 BW (“zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten”) mag worden aangenomen dat een assurantieportefeuille hoe dan ook geen zaak is. Resteert de vraag of een assurantieportefeuille als vermogensrecht kan worden aangemerkt. Dat ligt ingewikkeld.

Ten aanzien van de losse bouwstenen waaruit een assurantieportefeuille is opgebouwd, is duidelijk dat een overeenkomst op zichzelf geen vermogensrecht is en daarmee geen goederenrechtelijk rechtsobject waarop een pandrecht kan worden gevestigd. Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding uit die overeenkomst weliswaar op grond van artikel 6:159 BW aan een derde overdragen als de wederpartij bij de overeenkomst daaraan meewerkt, goederenrechtelijke overdracht van een overeenkomst in de zin van artikel 3:84 BW is echter niet mogelijk.

Ook de bouwsteen goodwill kan als zodanig niet als vermogensrecht worden aangemerkt. Goodwill kan alleen worden overgedragen via de goederen waaraan zij is verbonden. Daarentegen zijn vorderingsrechten die uit een overeenkomst voortvloeien wel vermogensrechten. Daarop kan dan ook een pandrecht worden gevestigd, zij het binnen de grenzen van de artikelen 3:236, tweede lid, 3:94, eerste lid en 3:239, eerste lid, BW."

Maar dan volgt het probleem. Een overeenkomst is goederenrechtelijk niet over te dragen, want er is bij contractsoverneming de medewerking van de wederpartij nodig. Daarmee is een overeenkomst niet te verpanden. Ook goodwill is niet aan te merken als een vermogensrecht, aldus de rechtbank Gelderland.

Sprongcassatie

Normaal gaan partijen eerst in hoger beroep. In dit geval waren partijen vooral geïnteresseerd in de beantwoording van de rechtsvraag en is het hoger beroep overgeslagen.

De Hoge Raad over verpanding van de assurantieportefeuille

In het arrest van 6 december 2019 oordeelt de Hoge Raad als volgt. Het wettelijke stelsel gaat ervan uit dat slechts individuele zaken of vermogensrechten als goed kunnen worden aangemerkt en als zodanig voorwerp kunnen zijn van een goederenrechtelijk recht of een goederenrechtelijke rechtshandeling.

Het samenstel van overeenkomsten en goodwill dat wordt aangeduid als een assurantieportefeuille is niet een individuele zaak of een individueel vermogensrecht, ook al wordt het in het economische verkeer als een eenheid beschouwd.

Een assurantieportefeuille is daarom niet een goed in de zin van art. 3:1 BW. Dit wordt niet anders doordat afzonderlijke onderdelen van een assurantieportefeuille, zoals vorderingsrechten, goederen zijn, noch doordat de portefeuille als geheel in het economische verkeer een vermogenswaarde vertegenwoordigt en voorwerp kan zijn van een obligatoire rechtshandeling zoals een koopovereenkomst.

Conclusie

ING Bank vist dus naast het net. De hoogste rechter heeft beslist dat verpanding van de assurantieportefeuille niet past in het wettelijke stelsel van het goederenrecht en de financieringspraktijk zal dus definitief naar een andere oplossing op zoek moeten gaan.

Meer informatie?

Hein Kernkamp helpt u graag verder.

Bedrijfsgegevens

KvK: 74640518

BTW: NL859977602B01

IBAN: NL37ABNA0844817805

Adresgegevens

Minerva Advocaten B.V.

Meent 106

3011 JR Rotterdam

© 2020 Minerva Advocaten B.V.

Algemene Voorwaarden Klachtenregeling Privacy

Wij gebruiken cookies om onze website te verbeteren en analyseren.

Akkoord